Afstanden schatten met de duimsprong
Hoe ver is de hut op de helling aan de overkant? Met de duimsprong schat je afstanden met alleen je arm: duim omhoog, het ene oog dicht, dan het andere, en de duim lijkt opzij te springen. Hoe ver hij springt verraadt de afstand, maal tien. Hier leer je de methode stap voor stap, met welke bekende maten je werkt en hoe nauwkeurig het resultaat is.
- 1–2 minuten

Eenvoudig uitgelegd
Houd je duim aan je gestrekte arm voor een huis in de verte. Sluit het ene oog en dan het andere: de duim lijkt heen en weer te springen.
Schat hoe ver hij bij het huis springt, bijvoorbeeld drie huisbreedtes. Dat is ongeveer een tiende van de afstand.
Dus vermenigvuldig je met tien: drie huisbreedtes zijn ongeveer 30 meter, het huis ligt op ongeveer 300 meter.
Hoe het werkt
Je twee ogen zien de wereld vanuit twee iets verschillende punten. Dichtbij springen dingen veel als je van oog wisselt, ver weg bijna niet.
Omdat je arm ongeveer tien keer zo lang is als de afstand tussen je ogen, is de sprong in de verte ongeveer een tiende van de afstand. In de meetkunde heet dat gelijkvormige driehoeken.
Wat belangrijk is
Arm helemaal gestrekt en stil houden bij het wisselen van oog.
Gebruik bekende maten bij het doel: auto, huis, elektriciteitspalen.
Controleer met de kaart of op het oog.
Veiligheid: hier moet je op letten
De rechte lijn is niet de route: het terrein kan van een korte afstand een lange wandeling maken.
Kijk nooit langs je duim in de zon.
Plan met genoeg tijd voor het donker wordt.
Stap voor stap
Arm strekken
Strek een arm recht voor je uit en steek je duim omhoog.
- 1
Arm strekken
Strek een arm recht voor je uit en steek je duim omhoog.
- 2
Duim op het doel zetten
Sluit je linkeroog en beweeg je duim tot hij met je rechteroog precies voor het doel staat, bijvoorbeeld de hoek van een huis.
- 3
Van oog wisselen
Open het linkeroog en sluit het rechter, zonder je arm te bewegen. De duim lijkt opzij te springen.
- 4
De sprong schatten
Schat hoe breed de sprong bij het doel is. Gebruik bekende maten: een auto is ongeveer 4 tot 5 meter lang, een eengezinswoning ongeveer 10 meter breed, de afstand tussen hoogspanningsmasten ongeveer 100 meter.
- 5
Maal tien
De afstand is ongeveer de breedte van de sprong maal tien. Springt de duim ongeveer drie huisbreedtes, dus 30 meter, dan ligt het doel op ongeveer 300 meter.
- 6
Natrekken
Schat ook op het oog of met de kaart. Liggen de waarden dicht bij elkaar, dan klopt de schatting. Reken met een fout van 20 tot 30 procent.
Veelgemaakte fouten
- Gebogen arm in plaats van gestrekte arm
- Arm bewegen bij het wisselen van oog
- Schatten met onbekende maten
- Afstand in rechte lijn verwarren met loopafstand
Kort overzicht
Geschikt voor
- Afstanden van ongeveer 100 meter tot enkele kilometers
- De tijd tot een doel schatten
- Oefenen tijdens wandelingen
Niet geschikt voor
- Precieze metingen
- Doelen zonder bekende maat ernaast
- Mist en duisternis
Voorwaarden
- Een doel met bekende maten ernaast
- Vrij zicht
Veiligheid
- De afstand in rechte lijn zegt niets over de weg: kloven, beken en hellingen maken van een kilometer snel uren. Plan met kaart en daglicht.
- Kijk nooit langs je duim in de zon.
Hoe het werkt
Je ogen staan ongeveer 6 tot 7 centimeter uit elkaar, en je gestrekte arm is ongeveer tien keer zo lang. Kijk je afwisselend met het linker- en rechteroog naar je duim, dan zie je hem vanuit twee iets andere hoeken. In de verte springt hij daardoor een stuk dat ongeveer een tiende van de afstand is. Schat de breedte van de sprong bij het doel en vermenigvuldig met tien.
Voordelen
- Geen uitrusting nodig
- Snel
- Goed om bij elke wandeling te oefenen
Nadelen
- Alleen een schatting
- Heeft bekende maten bij het doel nodig
Achtergrondkennis
Vakinhoudelijke achtergrond
De duimsprong wordt al lang geleerd bij de scouting en in militaire training. Hij berust op hetzelfde principe waarmee astronomen de afstand tot nabije sterren meten: kijken vanuit twee verschillende punten.
Varianten
- Je eigen factor vinden
- Meet thuis de afstand van je oog tot je duim en de afstand tussen je ogen. Deel het een door het ander en je hebt je persoonlijke factor, meestal tussen 9 en 11.
- Een bekende breedte meten
- Ken je de grootte van het doel zelf, bijvoorbeeld een huis, vergelijk dan hoeveel je duimnagel ervan bedekt. Hoe minder hij bedekt, hoe verder weg het is.
Veelgemaakte fouten
- Gebogen arm in plaats van gestrekte arm
- Arm bewegen bij het wisselen van oog
- Schatten met onbekende maten
- Afstand in rechte lijn verwarren met loopafstand
Grenzen en risico's
- Nauwkeurigheid ongeveer 20 tot 30 procent
- Geen gegevens over looptijd
Bronnen (2)
- Headquarters, Department of the Army (USA) (2001): FM 3-25.26 Map Reading and Land Navigation · Afstanden schatten in het terrein
- Harold Gatty – Dover Publications (1999): Finding Your Way Without Map or Compass (first published as 'Nature Is Your Guide', 1958) · Afstanden schatten zonder instrumenten























